Een Belgische variant met plakjes bladerdeeg. Het wordt er echter niet minder lekker om, zeker het proberen waard!
Ingrediënten: Kant en klaar bladerdeeg (diepvries, ontdooid, net zoveel plakjes op elkaar en uitrollen om een taartvorm mee te kunnen bekleden), 3 appels, 200 gram gedroogde abrikozen, 2 el bloem, 25 cl melk, 2 eieren en 3 el suiker.
Kruimelkorstje: 75 gram bloem, 75 gram boter, 70 gram speculaas en 3 el bruine suiker.
Bereidingswijze: Verkruimel de speculaas, voeg er de bloem, bruine suiker en de in stukjes verdeelde boter bij. Kneed tot een kruimelige massa of meng met de keukenmachine. Leg het papier wat op het bladerdeeg zat onderin de vorm (of bakpapier) en leg dan het deeg in de vorm. Duw goed aan in de hoekjes en ribbeltjes van de vorm. Plooi het teveel aan deeg naar binnen. Prik met een vork gaatjes in de bodem. Snijd het teveel aan papier tegen de vorm af. Verwarm de oven voor op 200 graden. Snijd de gedroogde abrikozen en de geschilde appels in stukjes. Meng door elkaar en verdeel over de taartbodem. Roer geleidelijk de melk door de bloem, voeg eieren en suiker toe en klop goed door elkaar. Giet gelijkmatig over het fruit. Verdeel er de kruimelige massa over en schuif de taart voorzichtig in de oven. Bak de taart 45 min. Haal daarna de taart uit de vorm op een schotel en trek het papier er onder uit. Laat afkoelen.